Ons wereldbeeld is een interpretatie van de wijze waarop de wereld tot ons komt. Laten we er meteen een illustratie bij halen: bij ons kantoor hebben we een parkeerplaats. Het blijkt iedere keer weer lastig daar een plekje te verwerven. Dit feit kan op verschillende manieren worden verwoord:

  • de parkeerplaats is te klein;

  • er komen teveel mensen met de auto;

  • de auto’s zijn te groot;

  • de indeling van de parkeerplaats is niet efficiënt.

De bovenstaande lijst is verre van uitputtend. Sterker: de variaties, in de wijze waarop het feit kan worden verwoord, zijn onuitputtelijk. En: iedere verschillende manier waarop het feit wordt verwoord, houdt telkens een variatie van het wereldbeeld in. Iedere verwoording ‘trekt’ je naar een andere oplossing.

Let op: je bent als waarnemer van het wereldbeeld er zelf onderdeel van. Een wereldbeeld ontstaat pas als de waarnemer er zich van bewust wordt. De interpretatie, de betekenis, die de waarnemer geeft, bepaalt dat beeld. De parkeerplaats is niet het probleem maar het feit dat ik, samen met vele anderen, met de auto kom en mijn auto daar wil achterlaten. (Vreemd genoeg klagen we allemaal over de files, behalve de mensen die er nooit in staan en er zodoende ook niet aan bijdragen).

Het voorbeeld van de parkeerplaats illustreert meteen ook duidelijk dat het wereldbeeld dat we vormen bepalend is voor de actie die we ondernemen: een te kleine parkeerplaats zal worden vergroot, teveel mensen die met de auto komen worden ontmoedigd, etc. Bovendien blijkt de schaal waarop we het probleem waarnemen niet overeen te komen met de schaal waarop het zal moeten worden opgelost: ik ervaar het probleem op persoonlijke schaal; ik kan het echter niet oplossen: als alleen ik een kleinere auto neem kan ik nog steeds niet parkeren…

Wat heeft het wereldbeeld nu met informatie te maken? Alles. Het wereldbeeld is de interpretatie van de informatie die we ontvangen en is daardoor bepalend voor de informatie die we leveren. Het is het informationele (of zo u wilt conceptuele) model dat we, voornamelijk onbewust, vormen en hanteren bij het verwerven, verwerken en communiceren van informatie. Het wereldbeeld vormt zich op deze manier gaandeweg. Hoe vaker we (door onszelf!) worden bevestigd in de juistheid van ons wereldbeeld, hoe starder we ons aan dat wereldbeeld zullen vastklampen. Sommige mensen gaan daarin zover dat alles wat buiten het eigen wereldbeeld komt ontkent wordt. “There are some people who, if they don’t already know, you can’t tell ‘em.” (Yogi Berra). Anderen ontdekken in het wereldbeeld een vast patroon en verklaren dat patroon tot wet: elk probleem kan op dezelfde wijze worden opgelost. Evident dat zo’n stokpaardjes gedrag niet tot optimale resultaten leidt. Of, zoals William Kent het in Data and Reality verwoordde: “The questions aren’t so much about how we process data as about how we perceive reality, about the constructs and tactics we use to cope with complexity, ambiguity, incomplete information, mismatched viewpoints, and conflicting objectives.”

Creativiteit is een belangrijke illustratie voor de relativiteit van het wereldbeeld: creativiteit is in wezen een kortsluiting in het wereldbeeld. Daar waar vóór de gewaarwording van het creatieve idee een verband niet ‘zichtbaar’ was, is het dat ná de gewaarwording wel. Hierdoor verandert het wereldbeeld voor eens en altijd: “Every now and then a man’s mind is stretched by a new idea or sensation, and never shrinks back to its former dimensions.” (Oliver Wendell Holmes). Eén simpel idee kan het wereldbeeld helemaal op z’n kop zetten.

In deze betekenis kan informatiekunde worden gedefinieerd als ‘de manier waarop we ons wereldbeeld in informatiemodellen verpakken’. Als we dat goed doen, als we de kern raken en een passend, flexibel model kiezen, verbetert de informatievoorziening. De meest voor de hand liggende gang van zaken zonder noemenswaardige uitval (ook wel de ‘happy flow’ genoemd) informatiseren is niet zo moeilijk. Het gaat juist om de uitzonderingen! Is ons model bestand tegen die paar uitzonderingen die misschien maar 5% van de gevallen vertegenwoordigen, maar wel 50% van de moeite die we erin steken? Is ons model bestand tegen dat nieuwe inzicht, waarmee we de omzet hopen te verdubbelen? Pieter Wisse beschrijft het als volgt in ‘Informatiekundige ontwerpleer’: ‘Met wat meer fantasie en durf besluit de ontwerper de probleemmelding van de klanten vooral als signaal te beschouwen. […] Wat de ontwerper nu doet, is dus juist uitgaan van de bijzondere gevallen. […] De eenvormigheid die de klanten in de formulering van hun informatiebehoeften legden, blijkt de vertekening van een grote verzameling details. Zonder structuur hoeft die verzameling echter allerminst te blijven. Zodra de ontwerper de kleinste detaillering ziet die volgens hem relevant is, kan hij in omgekeerde richting beginnen met abstractie.’

Zodra we de relativiteit van ons wereldbeeld als uitgangspunt nemen voor onze informatiekundige praktijk, krijgen we rijkere en betere modellen.

Tags: , , ,